anneke de jong

 

 

De in de Nederlanden vervaardigde gegraveerde geografische kaarten ontlenen hun waarde voor een belangrijk deel aan hun decoratieve, met de hand opgebrachte kleuren. Met dit werk hielden zich vakmensen zoals kunstschilders, graveurs en gespecialiseerde "caertafsetters" of "verlichters" bezig. Vooral bij zee- of paskaarten was kleur onontbeerlijk voor de duidelijkheid van het kaartbeeld. Dit is bijvoorbeeld af te leiden uit het feit dat de kaarten die de schippers van de V.O.C. op hun reizen meekregen vrijwel altijd gekleurd waren. Omstreeks het midden van de zestiende eeuw lijkt het kleuren van gedrukte kaarten, ofwel het "caertafsetten", mogelijkheden te bieden voor gespecialiseerde uitoefening en zelfstandige vestiging. De stijl van afzetten kenmerkte zich in deze tijd, voor en rond 1600, in het algemeen door een vrij dik en weing transparant, donker kleurgebruik. De bekende kaartenmaker en uitgever Abraham Ortelius begon zijn succesvolle loopbaan als "afsetter van carten". Ortelius kleurde voor Plantijn vooral kaarten van Mercator en Surhon, en de stadsplattegronden uit Guicciardini's Beschrijvinge der Nederlanden.

 

De stijl van afzetten ondergaat in de loop der jaren enige verandering. Men gebruikte minder verf, omdat het mode was geworden om transparant te werken. Joan Blaeu breidde de uit twaalf delen bestaande atlas uit tot 46 delen en 4 supplementenbanden. Alle prenten liet hij inkleuren door "meester afsetter" Dirk Jansz. van Santen (ca. 1638-1708). Van Santen moet hieraan vele jaren hebben gewerkt. Deze zogenaamde factise-atlas is als enige in de wereld nog integraal bewaard en geldt als de mooiste verzameling in zijn soort. Van Santen had een volle, warme stijl van kleuren, waardoor de grafiek als het ware in schilderijtjes werd getransformeerd. Het belangrijkste Nederlandstalige verlichterijboekje verscheen in 1616 in Amsterdam, geschreven door 'den voortreflijken verligter' Gerard ter Brugghen. Het boek is vervolgens geheel bewerkt door de boekverkoper/schrijver Willem Goeree. In de inleiding schrijft  ter Brugghen, dat het vooral is bedoeld voor de rijke liefhebber-verzamelaar. De instructies geven hem de mogelijkheid zelf zijn prentenverzameling te verfraaien, waardoor zijn 'lust ende behaghen' erin toeneemt. Bovendien verdrijft deze bezigheid zijn 'vele fantasijen ende sware melancolien, ende behoedt hem voor ledicheyt, een moeder aller quaden, ende beneffens allen desen soo oefent hij zijn memorie, zijn sinnen, ende brenght hem tot goede occupatie'. Dit alles is niet alleen tot voordeel van de 'Rijcke beminder', maar komt ook zijn 'Schamelen naesten' - 'den werckman oft konstenaer' en de handelaars - ten goede: 'want hy (de verzamelaar) coopt ende stelt zijn vermeughen daer aen: Dat is, hy laet den vercooper wercken, en die daer met hanteren, winnen ende by leven (...)'.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  GESCHIEDENIS


  foto's

  geschiedenis

  contact

     

  links

  nederlands

  deutsch

  français

  english

 
                            © www.carlweb.nl

                                                                                                             de verlichterij